'Graag gedaan, de groeten van bakker de Haan!'

Het bakkersleven gezien door de ogen van een bakkersvrouw.

Door Bep de Haan-Appel

‘Moidje, wat zel jij hard moeten werken wanneer jij gaan trouwen met die bakker’. Deze woorden kreeg ik dikwijls te horen toen bekend werd dat Kees en ik de bakkerij van vader Tijmen wilden overnemen. Mijn man zei dan altijd: ‘Het is beslist niet hard werken hoor, alleen heel lang achter elkaar’. Maar je bent jong en durft het aan en de woorden die mijn schoonmoeder sprak waren bemoedigend: ‘Me kind, je zult beslist geen armoede kennen’. Maar om heel eerlijk te zijn, aan armoede dachten we ook echt niet. Op die leeftijd bekijk je de hele wereld door een mooie roze bril. Op woensdag 18 september 1957 trouwde ik met Kees de Haan, bakkerszoon uit Hoogwoud.

Trots met de eerste auto voor het huis van vader en moeder Appel
in Spanbroek tijdens de bruidsdagen.

 

Donderdagmorgen 19 september 1957, ’s morgens om zeven uur. Vader Tijmen klopt op de slaapkamermuur: ‘Kees, wordt het niet ‘ns toid?’ Siemen Rinkel van de Langereis wordt die dag 50 jaar en voor ‘koppiestoid’ moet er een Abraham gemaakt worden en bezorgd.

Samen verder

De winkelstraat waarin onze bakkerij is gevestigd maakt een uitgestorven indruk. Wel is daar in alle vroegte Jaap Rens al langsgereden met zijn trekker en aanhangwagen met daarop de rammelende melkbussen, op weg naar zijn land aan de Gouw waar zijn koeien wachten om gemolken te worden. Achter ons huis melkt Klaas Klaver uit het Noordeinde zijn koeien. Aan het einde van de dag komt hij terug om ze voor de tweede keer te melken. Geen nieuwbouw, seniorenwoningen of hertenkamp belemmeren het uitzicht. We kijken tot aan het Zuideinde waar je de kinderen uit de kerk ziet komen. Ze steken de weg over richting de lagere school.

Buurvrouw Agie Hinke is in haar winkeltje bezig de prachtige antieke staartklokken op te winden. Gerrit Bossen heeft samen met zijn vrouw Bep een elektriciteitszaak aan de linkerzijde van de bakkerij en zij is bezig haar man te instrueren bij welke klanten er reparaties moeten worden uitgevoerd. Aan de overkant stapt Jo Kuiper op zijn motor met zijn fotocamera op zijn schouder. Buurman Jo wordt ook wel Polygoon genoemd vanwege zijn beroep als fotograaf. Samen met zijn Duits-Franse vrouw Marga bestiert hij ook nog een fotowinkeltje.

Ik open de deur van ons winkeltje. De eerste klant komt om acht uur een dubbeltje gist kopen. Mijn leven als bakkersvrouw is begonnen.

Vader Tijmen de Haan heeft ons de eerste jaren nog bijgestaan in de bakkerij, maar door zijn ziekte kwam daar in oktober 1960 een einde aan. In maart 1961 is hij overleden en hij heeft dus jammer genoeg maar heel kort van zijn pensionering mogen genieten.

Ons huis had toen nog de uitstraling van begin twintigste eeuw. De bedsteden en alkoof (klein slaapvertrek red.) waren er nog en de balken van de huiskamer bogen door. Die hadden in de loop der jaren iets teveel zakken meel moeten dragen. De winkel was vier bij vier meter met een kleine toonbank en etalage. Wij wilden wel een wat grotere oppervlakte maar dat ging ten koste van de alkoof. Ook de mooie koperen weegschaal moest het veld ruimen voor een moderne Berkel weegschaal. Maar de mooie voordeur met siersmeedwerk bleef en ook de hardstenen stoep die toegang gaf tot de winkel. De winkeldeur werd nooit eerder afgesloten dan het moment waarop wij naar bed gingen. Het papier op een rol was lange tijd het enige verpakkingsmateriaal dat we rijk waren, samen met de koekzakken van een pond en een half pond. Gebakjes werden bezorgd in een houten kist. Ook de Abrahams werden in een speciale kist naar de klanten gebracht. Het brood, de kadetten en krentenbollen werden onverpakt verkocht. Behalve de winkel hadden wij ook een aantal ventwijken. Per bakkerswagen of bakfiets werd het brood uitgevent. Bij de meeste klanten werd alleen op zaterdagen afgerekend. Ook datgene wat in de winkel was gehaald. Zo had je in het weekeinde dus altijd veel geld in huis, wat soms wel voor problemen zorgde. Er waren nog geen geldkluizen bij de banken en pas op maandagmorgen kon je het geld op het postkantoor ‘storten’.

Wieg als geldkluis

De boerenleenbank die was ondergebracht in het woonhuis van de heer Potter, de kassier van de bank, was alleen geopend op woensdagmiddag en dinsdag- en vrijdagavond. Tijdens de werkdagen was alles gesloten, dan gaf Potter les aan de lagere school in Hoogwoud en kon je bij hem niet terecht. De wieg vonden we meestal de veiligste plek om onze zuurverdiende centen in op te bergen. Het afrekenen met de meelhandel, de eierenboer, de gistboer en andere vertegenwoordigers, ging allemaal contant. Zelfs een nieuwe mengmachine werd rechtstreeks aan de vertegenwoordiger betaald.

Op een zaterdagavond was ik alleen thuis, Kees was met een bestelling naar een klant en hij had mij verzekerd dat alle vier buitendeuren waren afgesloten. Plotseling zag ik de knop van de deur bewegen en dacht gelijk: ‘Nu gebeurt waar ik al zo lang bang voor was. Ze komen ons geld halen’. Je doet dan niets en je zegt ook niets, je kijkt alleen maar. Toen ging de deur heel voorzichtig open en hoorde ik een stem die zei: ‘Heu buur, moet je nag oieren?’ ‘Man wat verskiet ik van jou’, flapte ik er uit. ‘Ja... ik docht al, der is volgens main gien mens thuis’, zij de man. ‘Ja, maar je liep wel deur’, zei ik. Natuurlijk was ik blij dat het een bekende was en die eieren hadden wij op maandag weer nodig.

Warenwet

Wanneer je onverwachts controle kreeg van de broodweger was dat altijd weer spannend. Deze man was in dienst van de Nederlandse Warenwet en kwam op gezette tijden controleren of je voldeed aan de eisen die aan bakkers werden gesteld. Het ging niet alleen om hygiëne, ook werden er altijd broden gewogen om te controleren of ze aan de gestelde normen voldeden. Niet alleen het gewicht telde, ook de hoeveelheid droge stof in het brood was van belang. Het brood dat ter keuring werd meegenomen werd wel altijd keurig betaald.

Deze oven is in 1965 vervangen.
Henk v.d. Berg vervult zijn taak als jongste bediende.

 

Vakantie

Vakantie is gelukkig ieder jaar mogelijk geweest dankzij de goede verstandhouding die er was onder de bakkers van Hoogwoud. We namen dan voor elkaar waar en stonden op vaste punten in het dorp met de auto of bakfiets. Daar konden de klanten dan het brood kopen. In onze beginjaren waren er nog geen supermarkten die brood verkochten, dus al het brood werd toen bij de bakkers gekocht. Begin jaren zestig telde Hoogwoud vier bakkers: de Haan, Jonker, van Diepen en Wit aan de Gouwe. Tussen de bakkers in Hoogwoud heeft er nooit een wijkverdeling plaatsgevonden, wat natuurlijk economisch gezien wel verstandiger zou zijn geweest. Toen in de jaren zestig de saneringsregeling kwam, heeft bakker Jonker daar gebruik van gemaakt. In de bakkerij van Wit aan de Gouw is men overgegaan op het fabrieksmatig bakken van koeken. Bakker van Diepen en bakker de Haan bleven de mensen van brood voorzien.

Uitbreiding

We zaten midden in de wederopbouw. De wereld veranderde snel en de economie groeide als nooit tevoren. Nieuwe ontwikkelingen volgden elkaar in rap tempo op. Ook de middenstand bloeide. Het dorp breidde zich snel uit en er moest meer brood op de plank komen. Ook door het steeds groter wordende assortiment, werd het duidelijk dat de oven te klein was om de producten binnen een bepaalde tijd te verwerken. De klanten wisten de bakker meer en meer te vinden, het koopgedrag veranderde en men kwam niet alleen meer voor een dubbeltje gist of voor een rol plaatkoeken naar de winkel. Het bakkersvak was toen nog zeer arbeidsintensief. Veel werd handmatig gedaan. De mooie grote stenen warmwateroven moest bijvoorbeeld al op zondagmiddag met hout worden opgestookt, wilde je op maandag genoeg warmte hebben voor het eerste schot van negentig broden. Maar zoals gezegd, de wereld veranderde snel. Dus ook in de bakkerswereld. Er kwamen steeds meer machines die het werk verlichtten. In 1965 namen we het besluit om een grotere oven te laten bouwen en tevens een echte grote winkel te realiseren. De eerste grote verbouwing vond plaats. Alles moest groter en moderner. De hele voormuur ging er uit en de mooie voordeur en de Vlaming boogramen werden opgeofferd aan de nieuwe tijd. Een mooie grote etalageruit kwam ervoor in de plaats. Met de ogen van nu kijkend, denk ik: ‘Wat jammer, had dat niet anders gekund?’ De nieuwe oven maakte het bakken een stuk gemakkelijker. Hij werd gestookt op olie, waardoor het niet langer nodig was om op zondagmiddag tijdig thuis te zijn om hem de juiste temperatuur te geven. Na enige jaren bleek echter dat ook deze oven over onvoldoende capaciteit beschikte. De bakkerij voldeed ook niet meer aan de eisen die werden gesteld. Avonden lang hebben we gepraat. Wat nu? Hoe gaan we uitbreiden? Wat is wijsheid? Hebben wij genoeg zakelijk inzicht?

De mooie voorgevel ten offer aan modernisering.

De folder van de opening van nov. 1965.
Burgemeester Breebaart verrichtte de opening en
meester Sloten verzorgde de PR.

Samen genoeg energie voor een nieuwe uitdaging.

Bakkerij en winkel vernieuwd

In 1974 is het voor de bakker. Het besluit is gevallen. In de winter van ’74 werd er een geheel nieuwe bakkerij achter de winkel gebouwd en ingericht met een automatische rijskast en een Thermo-oven op aardgas. Wat een verbetering, wat een ruimte en wat een licht! En alles voldeed aan de eisen van de warenwet. Er werd een groot magazijn gebouwd. De zakken meel hoefden nu niet meer van en naar de zolder te worden gesjouwd. Ook het machinepark werd uitgebreid. Wat ook was uitgebreid in al die jaren was de grote hoeveelheid verpakkingsmateriaal. Waren er in de beginjaren alleen maar een rol papier en koekzakken, nu was er voor bijna ieder product ander verpakkingsmateriaal. Papieren broodzakken, plastic broodzakken voor hele en halve broden. Gebaksdoosjes voor 2, 4, 6, 8 en 10 gebakjes. Dozen voor grote en kleine taarten. Zelfs aparte dozen voor de Abrahams. Met de nieuwe bakkerij en winkel was duidelijk een andere tijd begonnen. De opening was op 21 maart 1975, de eerste dag van een nieuwe lente.

Het gezin de Haan

Niet alleen het dorp Hoogwoud, ook het gezin de Haan was flink groter geworden, twee zonen en vier dochters telde het. Vader Kees was altijd al iemand die duidelijk liet blijken hoe trots hij was op zijn spruiten, maar toen er op 29 februari 1968 een tweeling werd geboren wilde hij het wel van de daken schreeuwen.

De broden moeten er uit, ze zijn gaar.

De bakkers Henny Dijkman, Sjaak Maas, Kees de Haan en Martien Weel.

Opening 21 maart 1975.
Het was deze keer Burgemeester Maat die de opening verrichtte en in zijn kielzog waren
er ook fotografen meegekomen die niet zozeer voor ons kwamen maar meer voor de
veelbesproken burgemeester.

 

De kinderen kregen al snel een rol in het bedrijf, van dozen vouwen en pepermoppen afwegen, tot broden snijden en helpen in de winkel. Soms vonden ze het leuk, soms minder leuk, maar het leverde altijd wel veel vriendjes op, want even mee naar de bakkerij wilde ieder kind wel.

Er was altijd wel wat te snoepen, al moest je dan wel als tegenprestatie de bakkerij vegen of melk en voor vader Kees een pakje Chief Whip halen bij de melkboer.

Het Sinterklaasfeest en de kerstdrukte waren altijd weer een apart verhaal. Niet alleen de kinderen waren dan in touw, er werden ook diverse andere familieleden ingeschakeld. Vooral wanneer die over een auto beschikten, want dan konden ze de bestellingen rondbrengen. Veel klanten hadden toen nog niet zelf een auto en waren daarom niet in staat om de bestelde banketletters, jodenkoeken en andere producten te komen halen.

Wat een drukte gaf het die dagen! Maar er was ook heel veel gezelligheid en als vader Kees op de eerste kerstdag zijn verjaardag vierde, was daar dan ook een gevoel van trots om het werk dat met velen was gedaan. En wij konden van onze rust genieten, samen met onze gasten: twee grote families, personeel, kinderen en buren. (wat heet rust?)

Zo loôf waren die ouge den.

Staande v.l.n.r. Erna, Carlien en Ton.
Zittende: Kees met Anita, Mariëtte en Bep met Tim.

 

Braderie

Eind jaren zeventig organiseerde de middenstand zes vrijdagavondmarkten per jaar, de Braderie genoemd. Een unieke markt in de regio. De braderie roept bij veel mensen nog gezellige herinneringen op. In onze kraam werden dan ter plekke de tompoezen gemaakt en de slagroomsoezen gevuld. Wat een volk was er dan op de been en wat een uitstraling had onze winkelstraat. Je kon er over de hoofden lopen. Na afloop veegden de ondernemers de straat en gingen nog even ‘napraten’ in het Huis van Egmond of het Witte Huis.

In de bakkerij waren de bakkers dan al weer begonnen en draaide het eerste deeg voor de broden die op zaterdag werden verkocht. We draaiden dan een continurooster en menigeen liep na het bezoek aan het café even de bakkerij binnen om een warm vers broodje te kopen. Ook de plaatselijke politie deed dat menig maal, de geur van vers brood is heel verleidelijk. Nu nog kan ik mij die karren vol met vers brood voor de geest halen en de gebakkast vol met verschillende soorten gebak. Ik ruik nog de geur van de taaitaai waarvoor we zelfs klanten in Den Haag hadden. Ook de Abrahams gingen door het hele land evenals de Westfriese krentenmikken.

Bezorging

Er veranderde in de bakkerij heel veel en het assortiment werd steeds groter en luxer. Wat echter in al die zeventig jaren hetzelfde is gebleven zijn de ventwijken. De Lagehoek, Ooievaarsweg, Aartswoud, Gouwe, alle buitenwijken die vader Tijmen tot zijn vaste klantenkring had gemaakt, waren na al die jaren ook onze ventwijken. In de beginjaren werd bezorgd met paard en wagen, met de bakfiets en met de transportfiets. Later met auto’s, over gladde wegen bij storm en regen, de bakker kwam altijd weer. Het is altijd onze grote kracht geweest, de ventwijken vast te houden. Dat was mede mogelijk door een heel stabiel personeelsbestand. Vele jaren hebben wij in de ventwijken en in de bakkerij en winkel vaste werknemers in dienst gehad. Zwager Martien Weel heeft 25 jaar bij ons gewerkt en is tegelijk met ons gestopt met werken. Op de zaterdag hadden wij ook altijd twee vaste venters in dienst. Het waren vaak studenten die van hun ouders zelf voor een zakcentje moesten zorgen. Het waren dikwijls broers of neven uit één familie die elkaar dan opvolgden of men had een vriend die er wel voor voelde.

Tulband met tranen

Deze kop stond boven een krantenartikel in december 1990. We stopten met de bakkerij. De naam van bakkerij de Haan zou gaan verdwijnen op 2 januari 1991 en dat gaf natuurlijk naast een gevoel van opluchting ook wel tranen, want opgeven doe je niet zomaar. Wanneer het echter duidelijk is dat er geen opvolging is te verwachten van je eigen kinderen en een ander jong koppel er wel belangstelling voor heeft, dan ga je de voors en tegens afwegen en naar een andere toekomst kijken. Op 30 december ventten Kees de Haan en Martien Weel voor de allerlaatste keer hun wijk. Het was een emotioneel gebeuren.

Wat een gezelligheid en wat smaakten die echte tompoezen naar meer!!

 

31 december 1990 was onze laatste dag van wonen en werken in een bakkerij waarin twee generaties de Haan met hart en ziel hadden gewerkt en ook twee generaties waren opgegroeid en een gelukkige jeugd hadden beleefd. Het draaiorgel liet vrolijke klanken horen en we werden toegezongen door de buren. Klanten lieten veel kaarten en bloemen bezorgen die ons alle goeds toewensten voor de toekomst. Maar diep van binnen was er ook verdriet om het afscheid. Op 17 januari was er nog een afscheidsreceptie, daarna brak er een andere tijd aan. We begonnen een nieuw leven aan de Herenweg 11 in Hoogwoud en konden nog een keer zeggen: ‘Samen verder’.

25 jaar lang was Martien Weel een bekende persoon langs de wegen in en om Hoogwoud.

 

 

Website designed and build by Déanluma